De valse waarneming

 

Op donderdag fiets ik met mijn telescoop over mijn schouder langs het golfterrein naar De Strengen, een prachtig stukje natuur bij Warmond. Om meerdere redenen moet ik even weg. Thuis zit Petra op de bank met een  gebroken enkel in het gips. Ik heb huishoudelijke taken overgenomen waarvan ik het bestaan niet vermoedde. Volgens mijn fysiotherapeut is het gevolg daarvan dat ik veel te veel moet bukken waardoor mijn rug- en beenklachten in plaats van te genezen juist erger worden. “Je mag hooguit één keer per dag bukken”, heeft ze me gezegd. “Zie maar waar je die ene ‘buk’ aan spendeert.” Ik moet even het huis uit, even de zware huishoudelijke taken ontvluchten. Laat op de middag besluit ik dan maar een stukje met die zware telescoop te gaan fietsen en lopen. Dat is wel goed voor mijn rug en ik krijg wat buitenlucht in mijn longen.

Ik fiets langs de golfbaan en ga het bruggetje naar de Strengen over. Op de golfbaan en in de sloten zie ik knobbelzwanen, meerkoeten, wilde eenden en krakeenden. Hier en daar laat een roodborst zich enthousiast zien en horen. Ik rijd door naar het hek van de Tengnagel waar ik mijn fiets parkeer. Met de telescoop over mijn schouder loop ik door de ganzen- en schapenstront. Op het rode scheepvaartbaken vlakbij het water zit een grote slechtvalk. Ik kan hem rustig bekijken voordat hij de Zijl overvliegt.

RM2_8567_DxO.jpg
brandganzen

Op de Tengnagel en in het Joppe zie ik de gebruikelijke vogels zoals kokmeeuwen, brandganzen, grauwe ganzen, futen, heel veel meerkoeten en hier en daar een aalscholver.

Ik zet mijn telescoop op en als ik het water afzoek, voel ik iets tegen mijn been aan schuren. Een schaap heeft belangstelling voor mijn broekspijpen. Dan zie ik aan de andere kant, in de Zijl, een duiker. Ik denk meteen aan de ijsduiker die hier de vorige winter heeft gezeten. Ik bekijk hem in de telescoop. Ik twijfel tussen een roodkeelduiker en een ijsduiker. Omdat zijn snavel toch vrij fors lijkt, kies ik voor ‘ijsduiker’, die ik even later via mijn mobieltje aan de website waarneming.nl doorgeef, weliswaar als ‘onzekere’ waarneming. Even is hij vrij dichtbij en duikt weer onder water. Ik wacht tot hij weer boven is, maar hij komt niet meer boven. Zou die verdronken zijn, denk ik nog even.

RM2_8548_DxO.jpg
Aalscholver

Op vrijdag neem ik mijn camera maar mee naar de Tengnagel, want ik moet proberen die duiker te identificeren en een bewijsfoto op de waarneming.nl-website te zetten. Het is voor de eerste week van november uitzonderlijk zacht weer. Nauwelijks wind, een graad of twaalf. Geen zon, geen regen. Ook (afgezien van de gebruikelijke meerkoeten en ganzen) nauwelijks vogels. Even heb ik een mooi puttertje in het vizier, maar verder valt het tegen. Ik besluit de Tengnagel verder af te lopen. Vanaf de punt van de landtong komt een collega-vogelaar mij tegemoet: verrekijker en camera met zware telelens bij zich. De collega stapt gedecideerd op mij af en stelt mij een vraag die als een constatering klinkt: “En bent u dan misschien Reinier de Man?”. Ik schrik hiervan en weet meteen waarom het gaat. Voordat hij iets zegt, schaam ik me al dood: ik heb zonder dat ik over de noodzakelijke informatie beschikte een waarneming van een zeldzame vogel op de website van waarneming.nl geplaatst. De collega kijkt mij streng aan en ik voel me alsof ik op het matje van de bovenmeester wordt geroepen. “Dus u dacht dat u een ijsduiker had gezien?”. Ik hoor minachting en afkeuring in zijn stem.

Een bewoner van de Tengnagel

“Ik heb die vogel gisteren ook heel duidelijk gezien. Het is onmiskenbaar een roodkeelduiker in winterkleed”. Om zijn argument kracht bij te zetten, laat hij een paar opnames op zijn Canon-camera zien: “Ziet u wel, heel duidelijk een roodkeelduiker.” Ik stamel nog: “ik heb hem gisteren wel op waarneming.nl geplaatst, maar uitdrukkelijk als ‘onzeker’, want ik twijfelde zelf ook nog.” Hij kijkt mij autoritair-vriendelijk aan en zegt: “Dat is heel goed dat u dat zo gedaan heeft.” Hij zegt nog dat hij de zaak al had doorgesproken met een bevriende vrouw die hier altijd komt vogelen.

Even later komt de vrouw in kwestie aanlopen en hij stapt meteen op haar af. Ik hoor hem in de verte zeggen: “Daar staat die Reinier de Man. Ik ben hem net tegen het lijf gelopen.” Leuk is het allemaal niet. Ik sta hier al bekend als de producent van schijnwaarnemingen. Ik loop ook naar die vrouw toe en er ontstaat ondanks alles nog een leuk gesprek. De vogelman loopt richting De Strengen en ik trek nog even op met de vogelvrouw. We kijken naar de honderden kramsvogels die in de bomen bij de Zijl zitten. En dan duikt de roodkeelduiker weer op. Hij zit vrijwel midden op het Joppe. Met de telescoop is hij goed te zien.

Het bewijs: roodkeelduiker!

Het lukt mij zelfs om een foto te maken die als bewijs kan dienen voor waarneming.nl. Hij heeft duidelijk een slanke iets naar boven gewipte snavel. Geen ijsduiker dus. Wel een roodkeelduiker. We zien ook nog een dodaarsje en dan houd ik het voor gezien. Als de vogelmevrouw over baardmannetjes begint, zeg ik voorzichtig dat ik nu iets anders ga doen en wens haar nog veel succes en plezier.

Dodaars op het Joppe

Zodra ik thuis ben, corrigeer ik snel mijn waarneming van donderdag op waarneming.nl en voeg er een verse waarneming – nu met foto –   aan toe. Even later blijkt de laatste waarneming goedgekeurd op basis van mijn foto.

 

Het is inmiddels tijd om een bockbiertje te gaan drinken en eten te gaan koken en alles zonder bukken.

Wanklanken in de Provence

De reservering

Die 25e juli markeerde een kwalitatieve omslag in onze vakantie. Hadden wij ons tot die tijd, voor zover we niet lui voor de tent of op een terras zaten, in de eerste plaats bezig gehouden met wandelingen door bossen en over bergen, nu was de cultuur aan de beurt. Het koor- en orkestgezelschap met de vertrouwenwekkende naam Cant’Albion zou optreden in het mooie Provençaalse plaatsje Saignon. Petra belde om kaartjes te reserveren. Een dove man met een gebroken stem nam de telefoon aan. Toen hij begreep wat Petra wilde, begon hij te schreeuwen dat een reservering echt niet hoefde: “Komt u maar vóór zeven uur.”

Overdag hadden we wat rondgereden in de omgeving van Apt en de fout begaan toeristische bezienswaardigheden als Roussillon en het klooster van Sénanque te bezoeken.

RM3_3818.jpg
Roussillon

Daarover valt niets te vertellen afgezien van parkeerproblemen en overvolle straten. Goed daarna weer terug in Apt te zijn, een heerlijke plaats waar gegarandeerd niets te beleven is.

De maaltijd

Vóór zevenen eten in Frankrijk kan eigenlijk niet. Daarom reden we vrij vroeg naar Saignon, waar Google maps wel vier restaurants voor ons had klaargezet. Van die restaurants waren er drie gesloten die avond. Toen wij bij restaurant no. 4 om een tafeltje vroegen, keek de ober ons aan met een gezicht van “Hoe durft u hier zonder reservering aan te kloppen. Wegwezen!”. En toen waren we inderdaad weg, terug naar Apt.  Google wees ons de weg naar een goedkope meeneem-pizzeria.

Naamloze afbeeldin3g

Terwijl  drugsverslaafde types  door de straat bij ons terras liepen, lieten we vette pizzapunten naar binnen glijden en gooiden er  frisdrank achter aan. Snel weer op weg weer naar de cultuur!

Amateurplezier

In Saignon stonden al heel wat mensen voor de kerk, vooral oudere mensen in concertkleding. We kochten kaartjes en al gauw mochten we de kerk in.

Affiche Baroque

Het begon ons te dagen, wat ons te wachten stond: onvervalst amateurplezier. Het concert begon met een mooie toespraak van de voorzitster, die onder meer vermeldde dat het in 2007 opgerichte gezelschap naast bekende werken van Bach en Haydn nu ook in toenemende mate werken van onbekende componisten zoals César Franck uitvoerde. Grappig hoe een beroemd componist plaatselijk zo onbekend kan zijn. Ook kondigde zij aan dat er tijdens het opkomen van het koor een orgelstuk van Bach gespeeld zou worden. Toen het koor vervolgens opkwam, was er een zo luid applaus dat de arme jongen geruime tijd moest wachten voordat hij kon gaan spelen op een wonderlijk elektronisch orgel dat zware kerkorgelgeluiden door luidsprekers zond.

In de fuga-hel

Maar daar ging het natuurlijk niet om. Koor en orkest begonnen met een Credo van Vivaldi. Met een beetje fantasie kon de aandachtige luisteraar wel horen dat dit een mooi koorwerk was. Bij de kort daarop volgende cantate BWV 4 van Bach bleek dat al een stuk moeilijker. Het moet gezegd worden: er werd met veel, heel veel gevoel gezongen. Bij dit soort zangers zijn de zangspieren direct verbonden met de onderbuik zonder omweg via de hersenen.

Naamloze afbeelding
Zingen met gevoel

Opeens begrepen we dat de man aan de telefoon die ochtend een zanger van het koor geweest moest zijn: hier waren nog meer dove mannen met gebroken stemmen aan het werk. Met spijt lazen wij in het programma dat één van de tenoren vlak voor het concert op 82-jarige leeftijd de geest had gegeven. Hij had er zo goed bij gepast. Werd de heksenketel van ongeremde zangstemmen in het eerste deel voor een normaal mens al bijna te emotioneel, het toppunt werd bereikt in een complexe fuga.

Naamloze afbeelding2
Dirigent – imker

De dirigent – in zijn normale leven een verdienstelijk imker – had handen te weinig. Het was alsof hij een heel ontsnapt bijenvolk, bij voor bij, de bijenkorf in moest loodsen, maar daarbij had hij niet zoveel succes. Alle zangstemmen en alle instrumentalisten zochten hun eigen weg door de fuga-hel, sommigen door heel uitdrukkelijk met hun voeten hun privé-maat te stampen, anderen door van gewoon hard zingen op onbedaarlijk schreeuwen over te schakelen. Wonderlijk genoeg waren op een bepaald moment toch alle bijen in de bijenkorf gevlogen en werd het even stil. Er kon min of meer gelijk aan een volgende strofe begonnen worden, zij het op een onbegrijpelijk mengsel van toonhoogtes.

Op de vlucht

Inmiddels had ik Petra het signaal ‘vluchten’ gegeven. Zij was het ermee eens. De vraag was alleen hoe. Er was geen pauze na de Bach-catastrofe, maar we wilden toch weg. Gelukkig was er een applaus voor de solisten voor de op handen zijnde Haydn-verkrachting. Tijdens dit applaus renden wij door het middenpad naar de kerkdeur, die vriendelijk voor ons open werd gedaan. En daar stonden wij buiten, een angstaanjagende ervaring rijker. Een ervaring die ik snel wilde vergeten. Ik zocht naar een prullenbak om het programma in te kunnen gooien. Ik zag alleen maar een brievenbus. Dan maar in de brievenbus! Weg is weg!

Bier op de slaapkamer

RM3_3859.jpg
Ons hotel in Apt

Wij parkeerden de auto weer in Apt en liepen naar het hotel. De avond kon, wat ons betreft, beginnen. Alle cafés waren echter al dicht. In Apt was nu helemaal niets meer te beleven. In de koelkast van het hotel hadden wij zes blikjes bier opgeslagen. Zittend op het bed besloten wij de avond met voldoende bier om de ervaringen van deze dag een klein beetje te kunnen verdringen.

Over de top

Een nachtje in Chabournéou

Bergen

Eigenlijk houden wij niet zo van bergen. Er zijn gevaarlijke afgronden en je kan zo maar door een vreselijk onweer verrast worden. Bovendien kost het belachelijk veel energie om je van A naar B te bewegen. Nog meer dan Petra heb ik last van hoogtevrees. Dan denk ik eraan wat er gebeurt als ik een meter te veel naar links of naar rechts zou gaan lopen. Ik zou in een keer 150 meter naar beneden kunnen storten. Tegen dit soort gedachten heb ik een rationele therapie ontwikkeld. Ik laat goed tot me doordringen dat in de auto een klein rukje aan het stuur op een provinciale weg een nog veel gruwelijker combinatie van zelfmoord en moord tot gevolg kan hebben. In dat opzicht is het lopen op een smal bergpad zeker niet gevaarlijker. Deze therapie is effectief gebleken. Ik ben nu ook bang op autowegen.

Echte bergwandelaars

Maar bergen zijn voor ons wel iets meer dan hoogtevrees en uitputting. Wij houden van de prachtige natuur, van de mooie vergezichten en van de kameraadschappelijke sfeer onder de wandelaars en gezelligheid in de ‘refuges’.

RM3_3729.jpg
De schitterende bergen (boven Gioberney)

Op zaterdag 22 juli beginnen wij, bepakt en bezakt, aan onze wandeling vanaf het parkeerterrein van Gioberney in het Franse nationale park de ‘Écrins’. Naast toiletspullen, schone kleren, truien, regenkleding, water en zonnebrandcrème hebben we alles meegenomen wat nodig is voor navigatie, natuurstudie en fotografie. Behalve mobiele telefoon en GPS-apparaat met reservebatterijen neem ik mee: een serieuze verrekijker, een zware digitale reflexcamera, een telelens voor de marmotten en een macrolens voor de vlinders. Groothoeklens, vogeltelescoop en statief heb ik maar thuisgelaten, maar toch: dit is niet te tillen. Achteloos hang ik rugzak, fototoestel en verrekijker om en loop met twee bergwandelstokken het bergpad op van Gioberney naar Tirière. Petra, met een iets kleinere rugzak, volgt mij, eveneens met twee stokken. Wij zien er uit als echte bergwandelaars en dat is ook de bedoeling.

Een zware tocht

RM3_3759.jpg
Een echte bergwandelaar – Petra op weg naar Chabournéou

Ook deze keer valt het heel erg tegen. Het is behoorlijk vermoeiend naar Tirière en verder naar Cabane du Pis. Maar het is ook overweldigend mooi: de uitzichten over de hoge bergen, de gletsjers, de mooie dalen en de vele watervallen.

Na een lunchpauze bij Cabane du Pis, is het nog heel ver lopen. Soms moeten we een stroom die ons pad kruist oversteken. Heel voorzichtig zoeken we ons een weg van de ene steen naar de andere steen. Sommige stenen liggen onder water.

RM3_3752.jpg
Een stroom oversteken bij Cabane du Pis

Af en toe komt er een echte bergwandelaar voorbij, zo iemand die zich niet, zoals wij, hijgend en puffend voortbeweegt, maar die huppelend over rotsen en losse stenen danst en daarbij ook nog vriendelijk ‘bonjour’ roept om dan snel uit het zicht te verdwijnen. Als we denken al bijna bij onze refuge Chabournéou te zijn, blijkt deze tot onze schrik aan de overkant van een diep dal te liggen. Eerst zigzaggend naar beneden lopen, dan een eind het dal stroomopwaarts volgen, de rivier oversteken en dan weer een stuk stroomafwaarts. Als we bijna bij de refuge zijn, fluiten goed zichtbare marmotten enthousiast naar ons. Maar ik ben te uitgeput om de telelens uit mijn rugzak te halen en op de camera te schroeven. Laat maar zitten, die marmotten.

Dichtbij de natuur

Om vijf uur strompel ik achter Petra de berghut binnen. Even later zit ik achter een (per helikopter aangevoerd) blikje Kronenbourg en als ik het koele bier naar binnen laat lopen, kan ik wel huilen van geluk. Helaas moet je zulke idiote dingen doen, om pils zo lekker te kunnen vinden.

RM3_3799.jpg
Refuge de Chabournéou

Maar nu moet onze slaapplaats ingericht worden. Er zijn verschillende zaaltjes. In het zaaltje niet ver van de eetzaal staan twee grote stapelbedden met elk twee etages en vier slaapplaatsen per etage, totaal 16 slaapplaatsen. Er zijn geen fysieke afscheidingen tussen de plaatsen. Je moet gewoon bij je nummer gaan liggen. Wij hebben nummer 9 en 10 bovenop het slaapmeubel, waaraan zich een paar uitsteeksels bevinden waarlangs je geacht wordt naar boven en beneden te kunnen klauteren. Er is geen ruimte voor bagage. Voor iedereen is er een klein plastic mandje waarin spullen mogen worden meegenomen. De rugzakken moeten op de gang gehangen worden. De refuge is helemaal vol. Er slapen meer dan 45 mensen in dat kleine gebouwtje die nacht. Naast nummer 9 en 10 liggen twee jonge pubermeisjes. Ongewenst lichamelijk contact met een oude lul wil ik hun besparen. Dus ik vraag Petra naast de meisjes te gaan liggen. Het is duidelijk. We bevinden ons hier in een serieus gezelschap dat er romantische waarden op na houdt: dichtbij de natuur en terug naar ongekunstelde omgangsvormen. Daar hoort blijkbaar ook bij dat er voor 45 mensen één douche is. Helaas heeft de zon niet voldoende geschenen om warm water voor die ene douche te produceren. Er is dus één koude douche voor 45 mensen. Dichter bij de natuur kun je bijna niet komen.

Eten!

En dan is er eten. We zijn in Frankrijk. Daar is eten altijd serieus. Verrassend grote hoeveelheden eten komen uit de kleine keuken. De bazin van de refuge, een tanige grijze vrouw van een jaar of 60 ? komt persoonlijk met de soepterrine aan tafel.

RM3_3774.jpg
Diner in Chabournéou

Na de soep volgen een heerlijke lasagne, een nagerecht en kaas. Wij hebben er nog een half litertje rode wijn bij besteld. Op de tafels staan alle namen vermeld. Wij moeten gaan zitten bij het bordje DENAM. Aan ons tafeltje zit een intellectueel echtpaar: zij leraar klassieke talen en hij leraar filosofie. Met de vrouw hebben wij leuke gesprekken, onder meer over de Nederlandse literatuur. Of de filosoof – een bijzonder vage hond – tot een serieus gesprek in staat is, weten we nog altijd niet. Na het eten kan iedereen een glas tisane, kruidenthee, krijgen. Die zou de nachtrust bevorderen. Als het wat donkerder begint te worden, worden kleine led-lampjes voor aan tafel uitgereikt.

Stapelbed in het donker

Rond een uur of negen blijkt bijna iedereen zich naar de slaapkwartieren te hebben begeven. Typisch Frans. Het is daar normaal van het diner je bed in te rollen. In dit geval is het vooral handig, want de hut heeft geen beschikking over elektriciteit. Er is geen verlichting in de slaapzaaltjes. Om een uur of tien klimmen wij ook maar in ons stapelbed. Ik stoot mijn hoofd nog aan het plafond en met enige moeite lig ik met pyjama in een lakenzak. Voor dekens is het veel te warm. Ik slaap vrij snel in, maar word wakker als ik Petra’s knieën in mijn rug voel. Zij ligt duidelijk aan de verkeerde kant van me. Dan lig ik urenlang wakker. Misschien slaap ik af en toe. Dan heeft Petra mijn hulp nodig. Ik leen haar mijn mobiele telefoon met zaklantaren-app, want zonder licht kan zij het stapelbed niet afklimmen om naar de WC te gaan. Als ze halverwege het bed is afgedaald houdt de telefoon ermee op en is er geen licht meer. De telefoon kan alleen met de vingerafdruksensor weer aangezet worden, maar dan wel met mijn vinger. Petra kan het niet. Met het scherm van haar eigen mobieltje kan ze tenslotte genoeg bijlichten om de weg naar de WC te vinden, één etage lager, een stukje de berg af. Even later ga ik ook. Onder hevige spierpijnen klim ik hierna weer het bed in en stoot voor de tweede keer mijn hoofd aan het plafond.

Als iedereen om zeven uur de slaapkamer begint te verlaten, voelt dat als een verlossing uit een kwade droom. Die nacht is voorbij en had geen uur langer moeten duren.

Ontbijt en lunch

Niet veel later zit iedereen, ik neem aan ongewassen, aan het perfect georganiseerde ontbijt: brood, griesmeel, jam, koffie.

RM3_3775.jpg
Ontbijt in Chabournéou

We begroeten ook onze tafelgenoten van de vorige avond. Tegen achten is iedereen klaar en de meesten gaan op pad. Voor veel mensen staan er moeilijke en gevaarlijke paden over rotsen en vlak langs gletsjers op het programma. Daar doen wij niet aan mee. Wij blijven eerst in de directe omgeving van Chabournéou en willen dan terug naar Gioberney. We lopen een stukje richting Vallonpierre tot vóór het rotsachtige stuk en weer terug naar de hut. Ik ga nog even kijken of er nog marmotten zijn op de plek waar we ze de vorige dag zagen. Het is er prachtig, maar er zijn geen marmotten. Dan maar weer naar de hut, waar we ons lunchpakket oppeuzelen en ‘au revoir’ zeggen tegen mevrouw klassieke talen.

Bergstrompelen

RM3_3801.jpg
De Refuge Chabournéou

Op de wegwijzer bij Chabournéou staat dat het naar Gioberney 1½ uur is. We doen er precies drie uur over. Na die rampzalige nacht heb ik geen energie meer. De al zware rugzak lijkt elke minuut nog zwaarder te worden, en de hellingen links van mij steeds steiler. Krom van de rugpijn strompel ik de berg af en blijf zitten op de eerste parkeerplaats en laat Petra de auto halen. Deze heroïsche bergtocht eindigt een half uur later met een heerlijk ijsje in het gezellige toeristenplaatsje La Chapelle en Valgaudemar. Eigenlijk houden wij niet zo van bergen.

Met zachte hand tegen botte kracht

Primeur: vioolleerlingen de MRI-scanner in

Het is nog niet eerder vertoond, maar Dr. Nina Campbell heeft de MRI-scanner van het VU medisch centrum elke eerste dinsdag van de maand de hele ochtend afgehuurd. Haar leerlingen moeten – mét viool en al – het reusachtige gevaarte in. Samen met haar medische assistent gaat ze precies na waar de onnodige kracht en verkramping optreedt. Voordat die energieverspilling ongedaan is gemaakt, kan zij haar leerlingen weinig bijbrengen. Vroeger duurde dat maanden (of jaren). Door een unieke samenwerking tussen Philips, het VU medisch centrum en de musicoloog en musicus Dr. Campbell kan binnen twee weken daarna de echte muziekles beginnen. Wij interviewden Dr. Nina Campbell in haar charmante repetitieruimte in Oud-Zuid.

Vingertop als top van de ijsberg

“Viool spelen is heel moeilijk. Dat weten de meeste violisten ook wel, maar zij begrijpen niet waar de echte moeilijkheden zitten. Problemen worden vaak opgelost door nieuwe problemen te creëren. Neem de niet soepele plaatsing van een vingertop. Tenslotte worden de hoogte en de klank van alle noten op een viool (afgezien van de losse snaren) door de vingertoppen bepaald. Veel problemen ontstaan aan de vingertop met als gevolg onzuiverheid, slechte klank, moeilijkheden bij snelle passages etc. Wat veel violisten niet begrijpen, is dat de vingertop het topje van de ijsberg is.

mmv

Ze gaan nog meer kracht in de vinger ontwikkelen (soms door urenlang ingewikkelde etudes te spelen), nog meer kracht in de hand. Tenslotte verkrampen de hele linkerarm en de linkerschouder. Soms klinkt het dan nog niet eens zo slecht, maar het is een fundamenteel verkeerde oplossing. In plaats van de roestige machine een beetje te oliën, wordt er een tien keer zo sterke motor op gezet. Schouders worden nog stijver, spieren worden nog krampachtiger. De energie spettert er vanaf. Vooral mannen hebben er een handje van (niet alleen bij het vioolspel overigens), intelligentie door brute kracht te vervangen. Een steeds grotere motor op een steeds roestiger mechaniek. Maar eens gaat het mechaniek kapot en dan is het voorbij met het vioolspel.

Voor mij als leraar is het vaak niet eens zo gemakkelijk te zien wat er aan de hand is. Je kunt wel heel veel zien aan de buitenkant. Je kunt ook in spieren, handen en armen knijpen om te voelen hoe alle soepelheid verdwenen is bij bepaalde leerlingen. Maar het is toch vaak moeilijk om te zien wat er fysiologisch gebeurt.

Iedereen door de machine!

Aan sponsoren voor klassieke muziek te komen is best lastig. Ik probeerde maar eens of ze bij Philips Medische Systemen belangstelling hadden. Die hadden ze. Zij overtuigden mij er al snel van dat 25% van mijn leerlingen beter patiënten genoemd zouden moeten worden: mensen die weliswaar de ambitie hebben muziek te maken, maar die motorisch ziek zijn en steeds zieker worden door het mishandelen van hun spieren en gewrichten. Philips is geïnteresseerd in deze doelgroep en wilde in een unieke combinatie van sponsoring en research graag hun MRI-techniek inzetten.

mri

In Fase 1 zou het om fysiologisch onderzoek naar verkrampte spieren gaan. Wellicht zou in Fase 2 het neurotische brein van zulke zichzelf mishandelende musici onder handen genomen kunnen worden. Ik vond dat een goed idee en zo begon een samenwerking met Philips en een ziekenhuis in Amsterdam. Al mijn leerlingen moeten eerst maar eens “door de machine”, zoals we dat hier noemen.

Als u een paard was, …

Nu had ik geen zin omdat allemaal zelf te doen. In overleg met het ziekenhuis nam ik een assistent aan met de nodige voorkennis. Op zichzelf was het geen probleem dat hij diergeneeskunde had gestudeerd. Pavlov wist het al: varkens en mensen zijn niet zo verschillend. Toch ging er wel eens wat fout. Toen we de aanvoerder van de tweede violen van een belangrijk Nederlands barokensemble door de machine hadden gehaald, zei mijn assistent, nadat hij het spierpatroon had geanalyseerd, spontaan

paard

“Als u een paard was, zou ik adviseren u af te laten maken, maar het heeft in dit speciale geval misschien toch zin om iets aan uw spiergebruik te verbeteren. Begrijp mij niet verkeerd, het klinkt prima, maar het is (zeker door de MRI-scanner) niet om aan te zien wat u doet.” Die violist hebben we niet meer teruggezien. Ik heb mijn assistent gevraagd iets diplomatieker op te treden in het vervolg. Al mijn beginnende leerlingen – patiënten dus – zijn inmiddels door de intake-scan gegaan en worden na een half jaar nog eens gecontroleerd.

Met zachte hand tegen botte kracht

Zijn ze dan krampvrij, dan kan ik met de vioolles beginnen. Zijn ze na een half jaar nog ernstig verkrampt, dan adviseer ik ze óf met muziek op te houden óf een instrument te gaan bespelen dat je een beetje normaal kunt vasthouden (bijna alle instrumenten behalve viool en altviool). Gaan ze wel door, dan gaan we de hand nog zachter maken en alle onnodige kracht uit het hele systeem uitroeien. Ons motto: met zachte hand tegen botte kracht.”

__

Naschrift:
Dit artikel is natuurlijk pure fantasie en grotendeels onzin. De hier ten tonele gevoerde Dr. Nina Campbell bestaat niet, maar haar fictieve uitspraken in dit verhaal (uitsluitend voor mijn rekening!) zijn geïnspireerd door de uitstekende lessen die ik regelmatig bij Mimi Mitchell (binnenkort Dr. Mitchell) in Amsterdam volg.

Natuurbeleving in Fochteloërveen en Weerribben

Waarnemen en Beleven

Op pad met de Vogelwerkgroep KNNV Leiden naar Fochteloërveen en de Weerribben op 17 en 18 juni 2017

 

De kraanvogel

Het was vroeg die ochtend. Dozen met krentenbollen, broden, plakken kaas, gekookte eieren en nog veel meer de auto inladen bij het huis van Anke en dan naar het zwembad. De mede-vogelaars die er nog niet stonden, kwamen snel aan en toen kon een rit van meer dan 200 km beginnen. Het was rustig op de weg. Gelukkig waren er nog vele miljoenen Nederlanders die niet op zo’n dwaas idee gekomen waren RM3_2845als vogeltjes kijken op de grens van Friesland en Drenthe. Als autorijden niet saai is, is het meestal gevaarlijk. Het was gelukkig saai. Niet lang na tienen beklommen wij de malle uitkijktoren aan de rand van het Fochterloërveen, ook wel ‘De Zeven’ genoemd naar zijn opvallende vorm. Op de website van Natuurmonumenten lezen wij: “De uitkijktoren in het Fochteloërveen met zijn adembenemende uitzicht is een opvallende verschijning. De belangrijkste eis vooraf was om een toren te ontwerpen die ook gebruikt zou kunnen worden door mensen met enige hoogtevrees. De gekozen oplossing is een knik in de steile trap. Je kunt hierdoor de totale hoogte niet overzien. De 18 m hoge toren is als een gedraaide zeven en wordt ook wel de periscoop genoemd.” Werden alle minderheden maar zo goed bediend als die kleine groep natuurliefhebbers met hoogtevrees. Het zijn nogal wat treden, maar dan heb je ook wat. Toen Anke de eerste kraanvogels had gelokaliseerd en de hele groep trillend van opwinding door de telescopen naar deze bijzondere vogels had geloerd, was voor de groep een belangrijk doel bereikt: de kraanvogel stond op de lijst.

Een eilandje in de intensieve landbouw

Het Fochteloërveen is het laatste overblijfsel van een ooit uitgestrekt hoogveengebied. Als een verloren eilandje te midden van de intensief gebruikte landbouwgronden met hun sterk verlaagde waterspiegels, probeert het met hulp van natuurbeschermers, beleidsmakers en wetgevers te overleven. Dat is helemaal niet eenvoudig omdat het fragiele ecosysteem het vervuilde water uit de omgeving niet kan verdragen en helemaal van zuiver regenwater afhankelijk is, dat door een sawa-achtig systeem van dijkjes in het veen gehouden wordt. Overal rukken de struiken en boompjes op. Een te kleine schaapskudde kan hier een daar ingezet worden, maar met beperkt resultaat. De boeren in de omgeving zijn er niet altijd zo blij mee. Eén boer stak de zaak niet zo lang geleden op meerdere plekken in brand, waarvoor hij niet in de gevangenis maar in de psychiatrische inrichting belandde.

RM3_2842

Ik was net van een lange fietstocht in Schotland teruggekeerd. De eindeloze hoogvenen op de Hebriden (Lewis, Harris, Uist, etc.) zijn wel iets anders dan dit postzegeltje veen dat hier nog in Friesland ligt. Ik was daarom niet echt onder de indruk. Leuk dat het er nog is, maar het stelt zeker kwantitatief niet zoveel voor, hoewel er heel mooie dingen te zien zijn. Ik moest ook denken aan de hoogveengebieden die ik voor mijn werk in Estland had bezocht. Tientallen kilometers hoogveen met alleen maar zielige boompjes erop en miljarden insecten voor wie daarvan houdt.

Bed, wastafel, prullenbak

Na waarneming van een grauwe klauwier, een blauwborst, lepelaars en nog meer kraanvogels in het veen in de buurt van de werkschuur van Natuurmonumenten, gingen we even naar het Natuurvriendenhuis in Darp bij Havelte. De sfeer van dat soort huizen is heel bijzonder. De kamers stralen een soort gereformeerde (of wellicht socialistische) Rust, Regelmaat en Reinheid uit.

IMG_3525(1)(1)

De hele entourage lijkt te suggereren: hier komen alleen eerlijke oprechte mensen met belangstelling voor de zuiverheid van de natuur, zonder ziekelijke neigingen als ruzie maken of stomdronken worden. De kamer bestaat uit een bed, een wastafel, een prullenbak en een doekje om de wastafel mee schoon te maken. Geen overbodige plaatjes aan de muur. Je zou er eigenlijk nog een Bijbel of een ander stichtelijk schrijfsel verwachten. Vergelijkbare kamers ken ik van de ‘Evangelische Akademien’ in Duitsland. Daar zit of lig je alleen op je kamer in je contact met God en de Schepping. Een plaats van ‘Wahrheit und Demut’.

Birding breaks, birding freaks

Na deze korte stop vlakbij de hunebedden, gingen we maar eens eten. Uitstekend eten vlakbij de golfbaan. Waar praten vogelaars eigenlijk over? Het is zeker geen verrassing dat vogelaars veel over vogels praten, niet alleen over hun waarnemingen in binnen- en buitenland, maar ook over verre vogelreizen, met organisaties waarvan ik tot voor kort het bestaan niet vermoedde zoals ‘Birding Breaks’.

RM3_2875

Er wordt nuttige informatie uitgewisseld niet alleen over de bestemmingen, de kwaliteit van de overnachtingen, maar ook – zeker niet onbelangrijk – de deskundigheid en de sociale vaardigheden van de groepsleider bij reizen naar Donaudelta, Spaanse hoogvlakte of Afrikaanse rivierdalen. Ik gun iedereen van harte dit soort reizen, maar ik krijg het al benauwd als ik de verhalen hoor. Twee dagen vogels kijken overschrijdt bij mij al bijna mijn tolerantiegrens. Een hele week of twee weken achter de vogels aan, ik moet er niet aan denken.

Terug naar de tempel van de zuivere natuurliefde

RM3_2883

Na de stop in Appelscha ging het nog eens naar de schuur van Natuurmonumenten, waar we na een vrij klunzig filmpje een rondleiding kregen van een boswachter. Zijn sterke punten lagen duidelijk ergens anders dan een groep gevorderde vogelaars iets nieuws te vertellen, maar ik vond het een aardige man, met het hart op de goede plaats. Ik had nog een aangenaam gesprek met hem terwijl de muggen mij probeerden lek te prikken. Sommige mensen waren teleurgesteld, maar ik vond het tot dit moment een leuke avond.

Voor mij kwam de echte domper op de feestvreugde pas toen we weer in het Natuurvriendenhuis aankwamen. Na al dat achter de vogels aan sjokken, leek mij een gezellig samenzijn met een gezellig drankje de enig juiste volgende stap. Er was geen pilsje te krijgen. Ik keek nog jaloers naar een paar mensen die hun eigen zondige drank de tempel van de zuivere natuurliefde hadden binnengesmokkeld. Ik overwoog nog hen te overvallen, maar dit ging zelfs mij te ver. Even later zat ik met een glas water op de rand van mijn bed een verantwoord boekje te lezen bij de energiezuinige klimaatvriendelijke LED-verlichting.

Doodzonde: vloeken tegen de wielewaal

De volgende ochtend, moet ik met schaamte toegeven, werd ik vloekend wakker van het uitbundige vogelgezang. Ik overwoog nog het raam dicht te doen en dacht nog even aan mijn studententijd waarin wij, als de vogels rond een uur of vier begonnen te zingen, de muziek harder zetten om even te vergeten dat het ochtend en geen avond meer was. Ik sliep hierna gewoon door tot een uur of zeven en kwam op tijd aan het heerlijke door Anke tot in de puntjes voorbereide (iedereen 1 krentenbol en 1 mueslibol, etc.) ontbijt. Daar hoorde ik lyrische verhalen over de zang van de wielewaal. Ik had dus tegen een wielewaal liggen vloeken, idioot die ik was! Dat is geen goed begin van een vogeldag.

Bert Garthoff, IVN en Weerribben (1965)

weerribben IVN 2

Voor de zondag stond het gebied ‘De Weerribben’ op het programma, voor mij een gebied met een bijzondere herinnering. Tussen 1955 en 1978 werd elke zondag het programma ‘Weer of geen weer’, de voorganger van ‘Vroege Vogels’ uitgezonden. Bert Garthoff was daar de hoofdredacteur en presentator. Ook trad Fop I. Brouwer met zijn “Alles wat leeft en groeit en ons altijd weer boeit” daar op. Bert Garthoff besteedde rond 1965 aandacht aan de IVN-kampen waar jongeren mee konden helpen met natuurbeheer.

weerribben IVN

Mijn moeder hoorde dat en suggereerde dat dat iets voor mij zou zijn. Ik gaf me toen op voor een week werken in de Weerribben. Ik herinner me de golvende graslanden, de vele muggen- en dazensteken en het zware werk op het veld (aan het werk op foto links en midden in de boot op de foto hierboven). Ik ben daarna lid geworden van de NJN en ben de rest van mijn leven een natuurliefhebber gebleven.

 

Na allerlei discussies over het precieze programma (wel of niet roodhalsfuten gaan zien? etc.) werd besloten maar meteen richting Weerribben te gaan, een wat mij betreft gelukkige beslissing. Nog een zeldzame soort erbij hoefde voor mij niet zo nodig. Mij gaat het om de natuurbeleving en niet om de waarneming van soorten. Met die natuurbeleving zat het wat mij betreft meteen goed.

De betrokken buitenstaander

Niet zo ver van het Natuurvriendenhuis ligt het gebied ‘De Auken’. Door het riet liepen wij naar een uitkijktoren. Wat we vanuit deze uitkijktoren zagen, was voor mij het hoogtepunt van het weekend en zeker een hoogtepunt van een heel jaar vogels kijken, RM3_2909RM3_2940 ook al zagen wij – in termen van de waarnemingslijsten – helemaal niets nieuws, geen nieuwe soorten. Wat wij zagen, was in mijn ogen veel mooier.

Purperreigers vlogen af en aan naar hun foerageergebied. Steeds kwamen ze in wisselend vliegrichtingen met wisselende belichting over, dan weer laag, dan weer wat hoger.

Niet ver hier vandaan stonden meerdere zilverreigers, inmiddels een algemene vogel van dit soort gebieden maar daarom niet minder mooi.

Visdiefjes doken regelmatig van grote hoogte loodrecht in de plas. In de directe omgeving bevond zich een nest van bruine kiekendieven. Een heel mooi moment was toen er een prooioverdracht tussen het echtpaar kiekendief plaatsvond. Er was voortdurend bedrijvigheid in, boven en naast de plas.

RM3_2899

Onafhankelijk van elkaar waren de verschillende vogelsoorten druk bezig met de door hun instinct voorgeschreven taken. Wij stonden erbij en keken ernaar. Zolang wij de natuur een beetje ruimte geven, kan dit miljoenen jaren zo door gaan. Dat noem ik natuurbeleving: betrokken raken bij een wereld waarin je totale buitenstaander bent.

Opwinding tussen de telescopen

Wat mij betreft, hadden we nu naar huis kunnen gaan. Dit was perfect. We gingen nog naar verschillende andere plaatsen, zoals een uitkijktoren bij Scheerwolde. Door een navigatiefout kwam ik samen met Philip daar veel te laat aan. Wij zagen dat daar boven op het kleine platform een bijna hysterische opwinding was ontstaan.

RM3_2950

Er was een roerdomp gesignaleerd. Ik probeerde mijn telescoop in het woud van telescopen te planten. Met hulp van anderen kreeg ik de bruine vogel met enige moeite enige tijd in beeld. Heel klein en heel ver. Het kon mij niet zo boeien. Misschien zie ik er nog wel eens een van iets dichterbij. Dat zou wel leuk zijn. Veel leuker vond ik de oeverzwaluwen, die daar af- en aanvlogen in de speciale oeverzwaluwwand en ook de geoorde futen, die ik tenminste goed kon zien.

RM3_2952

Uitbundig waterplezier en een hap tot slot

Tenslotte kwamen we nog op een plek waar van rustig genieten van de natuur geen sprake meer kon zijn. Hier werd onrustig, luidkeels (in het Nederlands en Duits) van het weer en het water genoten. Het was schitterend weer en alle beschikbare bootjes dreven, gevuld met halfnaakte lijven, op het water in de buurt van Giethoorn. Ik vind het grappig wat er gebeurt in Nederland als het eens zulk fantastisch weer is. Totale gekte en ongeremde lol. Ook leuk. Die vogels hadden we toch al gezien.

RM3_2959

Het was goed dat we iets eerder dan voorzien de terugtocht aanvaardden en onderweg bij een wegrestaurant een best redelijke maaltijd nuttigden. Geen rustieke plek, maar redelijk eten en vriendelijke bediening. Leuk om nog even na te praten.